ECLI:NL:RBDHA:2014:16310
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit kinderpardon wegens onvoldoende motivering meewerken vertrek
Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van de kinderpardonregeling. De staatssecretaris wees deze af omdat eiseres onvoldoende zou hebben meegewerkt aan haar vertrek naar Ethiopië. De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiseres niet aan haar vertrekplicht heeft voldaan en dat de hoorplicht niet is nageleefd. Eisers hebben aangetoond dat eiseres meerdere pogingen heeft ondernomen om haar identiteit te bewijzen en mee te werken aan terugkeer, waaronder contact met autoriteiten en hulporganisaties.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte alleen de terugkeerinformatie van de Dienst Terugkeer en Vertrek heeft betrokken en het overzicht van Vluchtelingenwerk Nederland niet heeft meegewogen. Ook is onvoldoende rekening gehouden met de omstandigheden dat eiseres als minderjarige en ongedocumenteerde geen eigen netwerk in Ethiopië heeft. Daarom is het bezwaar niet kennelijk ongegrond en had eiseres gehoord moeten worden.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege onvoldoende motivering en schending van de hoorplicht.