ECLI:NL:RBDHA:2014:16312
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over uitzetting Iraanse asielzoekster naar Italië wegens motiveringsgebrek
Een Iraanse asielzoekster diende in Nederland een asielaanvraag in nadat zij via Italië was binnengekomen en daar vingerafdrukken had achtergelaten. De staatssecretaris wees haar aanvraag af en besloot tot overdracht aan Italië als verantwoordelijke lidstaat volgens de Dublin III-Verordening.
De verzoekster betoogde dat zij als alleenstaande vrouw kwetsbaar is en dat Italië geen adequate bescherming biedt, mede op basis van een rapport van de International Commission of Jurists over de beperkte rechtsbescherming van ongedocumenteerde migranten in Italië. De voorzieningenrechter oordeelde dat de situatie van de verzoekster niet vergelijkbaar is met het Tarakhel-arrest van het EHRM, dat betrekking heeft op gezinnen met jonge kinderen.
De rechter stelde echter vast dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd hoe hij rekening heeft gehouden met de procedurele beperkingen voor ongedocumenteerde Dublin-claimanten in Italië, zoals beschreven in het ICJ-rapport. Daarom werd het besluit vernietigd en verwezen naar een nieuw besluit met een deugdelijke motivering. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, en de proceskosten werden aan de staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en de staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.