Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
eenmaal op het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
door [slachtoffer 1], noch van een onmiddellijk dreigend gevaar voor een dergelijke aanranding. Niet is immers gebleken van enige (dreigende) gewelddadige handeling van [slachtoffer 1] richting verdachte.
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
8.De schadevergoedingsmaatregel
9.De inbeslaggenomen goederen
10.De toepasselijke wetsartikelen
11.De beslissing
4 (vier) JAREN;
[slachtoffer 1]gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 3.750,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 31 augustus 2014 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;
[slachtoffer 1]gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
[slachtoffer 1]voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
[slachtoffer 1];
[slachtoffer 1]de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij
[slachtoffer 1]in zoverre doet vervallen;