ECLI:NL:RBDHA:2014:16529
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering tot opheffing tenuitvoerlegging hechtenis wegens openstaand hoger beroep
Eiser is meermalen veroordeeld voor overtreding van de Wet personenvervoer 2000 en bevindt zich sinds oktober 2014 in detentie ter uitvoering van onherroepelijke vonnissen. Tegen deze vonnissen is hoger beroep ingesteld, waar nog niet op is beslist.
Eiser vordert primair opheffing van de detentie en subsidiair schorsing van de tenuitvoerlegging, stellende dat zijn verdedigingsrecht is geschonden en de detentie disproportioneel is. De Staat voert verweer en betoogt dat eiser niet-ontvankelijk is omdat een rechtsgang met voldoende waarborgen openstaat bij de voorzieningenrechter voor strafzaken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat met de voorzieningenrechter bedoeld in artikel 557 lid 3 Sv Pro de voorzitter van de strafkamer wordt bedoeld, niet de voorzieningenrechter in kort geding. Omdat deze rechtsgang openstaat, is er geen plaats voor een voorziening in kort geding. Daarom wordt eiser niet-ontvankelijk verklaard en veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot opheffing van de tenuitvoerlegging van hechtenis.