ECLI:NL:RBDHA:2014:16598
Rechtbank Den Haag
- Versnelde behandeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens rechtmatig verblijf na Dublin-overdracht
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, kreeg op 13 maart 2014 een terugkeerbesluit opgelegd door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, met de verplichting de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten. Eiser had echter in juli 2013 een asielaanvraag ingediend in Luxemburg, waarop nog niet was beslist. Luxemburg droeg eiser op basis van de Dublinverordening over aan Nederland, die vervolgens het terugkeerbesluit oplegde.
De rechtbank overweegt dat Nederland als verantwoordelijke lidstaat na de overdracht op het asielverzoek uit Luxemburg had moeten beslissen, conform artikel 18, tweede lid, van Dublinverordening III. Dit betekent dat eiser ten tijde van het terugkeerbesluit rechtmatig verblijf had op grond van artikel 8, aanhef en onder f, van de Vreemdelingenwet 2000. Het terugkeerbesluit kon daarom niet worden opgelegd.
De rechtbank wijst het betoog van verweerder af dat eiser een nieuwe asielaanvraag in Nederland had moeten indienen. Ook het vertrek van eiser naar Frankrijk weegt niet mee bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit. Het beroep wordt gegrond verklaard, het terugkeerbesluit vernietigd en verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 974,-.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit wordt vernietigd omdat eiser rechtmatig verblijf had na Dublin-overdracht.