ECLI:NL:RBDHA:2014:16669
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf in kader van nareis wegens ontbreken feitelijke gezinsband
Eiseressen, Somalische familieleden van een in Nederland verblijvende asielvergunninghouder (referente), hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De staatssecretaris had de aanvragen afgewezen omdat eiseressen volgens hem niet tot het gezin van referente behoorden ten tijde van haar vertrek uit Somalië, maar tot het gezin van haar moeder.
Eiseressen stelden dat referente feitelijk de zorg voor hen droeg en alle gezinsbeslissingen nam, terwijl de moeder van referente ziek was en spoorloos verdwenen. De rechtbank oordeelde dat gezagsverhoudingen en beslissingsbevoegdheid binnen het gezin bepalend zijn voor het hoofd van het gezin, en dat uit verklaringen bleek dat de moeder van referente deze rol vervulde.
Het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd door de rechtbank niet ontvankelijk geacht omdat deze grond niet in de besluitvormingsfase was aangevoerd en omdat de reikwijdte van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000 beperkt is. De rechtbank concludeerde dat de afwijzing van de mvv-aanvragen terecht was en verklaarde de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de mvv-aanvragen in het kader van nareis worden ongegrond verklaard.