ECLI:NL:RBDHA:2014:16695
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- I.D. Bellaart
- T.F. Hesselink
- J.Th. van Walderveen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening tegen kantonrechter
Verzoeker, gedaagde in een civiele procedure over onbetaalde waterleveringsfacturen, diende op 17 november 2014 een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die op 16 september 2014 de comparitie had geleid. Verzoeker stelde dat de kantonrechter partijdig en onjuist had gehandeld tijdens de comparitie, onder meer door hem als een crimineel te behandelen en onvoldoende spreektijd te geven.
De kantonrechter betwistte deze aantijgingen en voerde aan dat het wrakingsverzoek niet tijdig was ingediend, aangezien de feiten en omstandigheden die het verzoek onderbouwen reeds op de datum van de comparitie bekend waren. De wrakingskamer bevestigde dat het verzoek te laat was ingediend, aangezien artikel 37 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vereist dat een wrakingsverzoek wordt gedaan zodra de feiten bekend zijn.
Omdat verzoeker geen verschoonbare termijnoverschrijding aannemelijk maakte, werd hij niet-ontvankelijk verklaard. De wrakingskamer zag daarom geen aanleiding om inhoudelijk op het wrakingsverzoek in te gaan en bepaalde dat de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die stond op het moment van het verzoek. De beslissing werd op 11 december 2014 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.