ECLI:NL:RBDHA:2014:16955
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag wegens onjuiste wettelijke grondslag en handhaving rechtsgevolgen
Eiseres, een Congolese staatsburger, diende op 2 januari 2014 een verzoek om internationale bescherming in Nederland in. Verweerder wees dit verzoek af omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de asielaanvraag, mede op basis van een eerder verstrekt Italiaans toeristenvisum en de impliciete instemming van Italië met de overname.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Nederlandse autoriteiten ten onrechte Verordening 343/2003 toepasten, terwijl sinds 1 januari 2014 Verordening 604/2013 van toepassing is. Hierdoor berustte het bestreden besluit op een onjuiste wettelijke grondslag en werd het vernietigd. Desondanks liet de rechter de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat Italië terecht als verantwoordelijke lidstaat werd aangemerkt.
Eiseres voerde aan dat zij niet met het visum de EU was binnengekomen en dat de Italiaanse asielprocedure tekortkomingen kent die strijdig zijn met artikel 3 EVRM Pro. De voorzieningenrechter vond echter dat verweerder het standpunt mocht innemen dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt niet via het visum te zijn binnengekomen en dat er geen sprake was van een schending van artikel 3 EVRM Pro bij overdracht aan Italië.
Ook de medische omstandigheden van eiseres boden geen reden om af te wijken van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening af en veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onjuiste wettelijke grondslag, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.