ECLI:NL:RBDHA:2014:16958
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding
Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) op grond van het nareiscriterium, nadat hun referent een verblijfsvergunning asiel had gekregen. De aanvraag werd afgewezen omdat de termijn van drie maanden waarbinnen de aanvraag moest worden ingediend, was overschreden. Eisers voerden aan dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege gehoorproblemen van de referent en andere omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat de Wet nationale visa per 1 juli 2013 de bevoegdheid tot het nemen van besluiten over mvv-aanvragen had gewijzigd, maar dat voor aanvragen ingediend vóór die datum het oude recht bleef gelden. Verweerder was dus bevoegd het bestreden besluit te nemen. De rechtbank stelde vast dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, omdat er geen redelijke belemmeringen waren die het tijdig indienen onmogelijk maakten. De gehoorproblemen en verhuizing van de referent werden niet als voldoende omstandigheden gezien.
Verder wees de rechtbank het beroep af omdat de wettelijke termijn strikt is en geen ruimte laat voor belangenafweging. Ook het betoog van schending van artikel 14 EVRM Pro en de hoorplicht werd verworpen. Het bezwaar was kennelijk ongegrond, waardoor het bestuursorgaan terecht kon afzien van het horen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.