ECLI:NL:RBDHA:2014:17017
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek op grond van toepasselijkheid Dublin III en verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser, een Senegalese nationaliteit dragende persoon, diende op 4 februari 2014 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder wees deze aanvraag af omdat Frankrijk op grond van de Dublin II-verordening verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling, aangezien Frankrijk een visum aan eiser had verleend en akkoord was gegaan met overname.
De voorzieningenrechter oordeelde dat Dublin III van toepassing is op de aanvraag, aangezien het verzoek om internationale bescherming formeel op 4 februari 2014 werd ingediend, na de inwerkingtreding van Dublin III. Hoewel verweerder aanvankelijk Dublin II toepaste, werd dit standpunt gewijzigd. De rechter constateerde dat de onjuiste rechtsgrondslag niet tot belangenverlies voor eiser heeft geleid.
Eiser stelde dat hij geen gebruik had gemaakt van het visum en met valse documenten Europa was binnengekomen, en dat hij een duurzame relatie had met een vriend in Nederland, wat Nederland verantwoordelijk zou maken. Deze stellingen werden niet onderbouwd en verworpen. De rechtbank concludeerde dat Frankrijk verantwoordelijk blijft voor de asielaanvraag.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werden geen kosten aan partijen opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.