ECLI:NL:RBDHA:2014:17018
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvragen Noord-Koreanen wegens onvoldoende motivering vestigingsalternatief Zuid-Korea
Eisers, Noord-Koreaanse staatsburgers, dienden asielaanvragen in Nederland in, die door de staatssecretaris werden afgewezen op grond van het vestigingsalternatief Zuid-Korea. De staatssecretaris stelde dat eisers zich op hun Zuid-Koreaanse nationaliteit konden beroepen en daarom geen recht hadden op asiel in Nederland.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het relaas van eisers geloofwaardig was en dat zij bij terugkeer naar Noord-Korea vervolging en onmenselijke behandeling te vrezen hadden. Het geschil betrof de vraag of eisers zich redelijkerwijs op het Zuid-Koreaanse staatsburgerschap konden beroepen. Uit COI-rapporten en ministeriële brieven bleek dat eisers, die korter dan tien jaar in een derde land verbleven en geen internationale criminelen zijn, zich in beginsel op Zuid-Korea kunnen beroepen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het tegenwerpen van het vestigingsalternatief niet in strijd is met het Vluchtelingenverdrag. Wel concludeerde hij dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd welk risico de achtergebleven familieleden in Noord-Korea lopen, terwijl dit risico relevant is voor de redelijkheid van het vestigingsalternatief.
Daarom werden de bestreden besluiten vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. De verzoeken om voorlopige voorzieningen werden afgewezen en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eisers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvragen en beveelt hernieuwde besluitvorming met inachtneming van deze uitspraak.