ECLI:NL:RBDHA:2014:17163
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning na herhaalde asielaanvraag Somalische nationaliteit
Verzoeker, van Somalische nationaliteit, diende een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning die op 10 juli 2014 werd afgewezen door verweerder met toepassing van artikel 4:6 van Pro de Awb. De rechtbank beoordeelde het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening. De eerdere asielaanvragen waren afgewezen vanwege twijfel aan identiteit en herkomst, mede gebaseerd op een taalanalyse.
Verzoeker overlegde nieuwe documenten van de Somalische ambassade te Brussel, waaronder een geboorteverklaring en nationaliteitsverklaring, die na accreditatie van de ambassade waren afgegeven. Deze documenten werden door verweerder niet erkend als voldoende bewijs. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat deze documenten nova zijn en dat verweerder de aanvraag ten onrechte op grond van artikel 4:6 Awb Pro heeft afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van €1461,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onterechte toepassing van artikel 4:6 Awb.