ECLI:NL:RBDHA:2014:1724
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Timmermans
- J.J. Peters
- D.E. Alink
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wederrechtelijk oogmerk bij toe-eigening vertrouwelijke fractiekamerstukken
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het wederrechtelijk toe-eigenen van een vertrouwelijk concept raadsvoorstel uit de fractiekamer van een gemeenteraadslid en subsidiair van het wederrechtelijk binnendringen in een besloten lokaal van het stadhuis.
Uit het onderzoek en de verklaringen bleek dat verdachte toestemming had van het gemeenteraadslid om met diens toegangspas het stuk op te halen uit diens fractiekamer. Verdachte ging er in redelijkheid van uit dat het stuk aan het raadslid toebehoorde en dat hij toestemming had om het mee te nemen.
De rechtbank oordeelde dat het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening ontbrak en dat er geen sprake was van wederrechtelijk binnendringen, omdat verdachte zich beperkt hield tot het ophalen van het stuk en niet verder het pand betrad. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide tenlasteleggingen.
De zaak illustreert het belang van het oogmerk bij wederrechtelijke toe-eigening en de juridische nuances rondom het begrip 'toebehoren' in strafrechtelijke zin versus civielrechtelijk eigendom.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer op 14 februari 2014 in Den Haag.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wederrechtelijk oogmerk en toestemming voor toegang tot fractiekamer.