ECLI:NL:RBDHA:2014:17335
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- A. van 't Laar
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens gebrek aan positieve overtuigingskracht en ongeloofwaardigheid asielrelaas
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie is afgewezen omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn aanvraag gebaseerd is op feiten en omstandigheden die recht geven op een verblijfsvergunning. Eiser werkte sinds 2003 voor een Japanse NGO in Afghanistan en stelde dat hij vanwege bedreigingen van de Taliban niet veilig kon terugkeren.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en vastgesteld dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd, waaronder het ontbreken van reisdocumenten die door eiser aan een reisagent waren overgedragen zonder aannemelijk te maken dat dit onder dwang gebeurde. Het asielrelaas bevatte diverse ongeloofwaardige elementen, zoals de ontvoering van een oom en de achtervolging door de Taliban, die niet overtuigend werden onderbouwd.
Een door eiser overgelegd document van de Taliban werd niet als authentiek erkend. De rechtbank oordeelde dat de situatie in Afghanistan niet zodanig uitzonderlijk is dat dit tot een verblijfsvergunning zou moeten leiden. Het beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.