ECLI:NL:RBDHA:2014:1754
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op kinderbijslag bij onderhoudsbijdrage en fictieve onderhoudsbijdrage
Eiser, met zes kinderen die bij zijn echtgenote in Egypte verblijven, vordert kinderbijslag over het tweede tot en met vierde kwartaal 2012. Verweerder kende kinderbijslag toe over het tweede kwartaal 2012, maar weigerde dit over het derde en vierde kwartaal. Eiser betoogt dat hij slechts voor vier kinderen kinderbijslag heeft aangevraagd en dat de jongste twee kinderen niet meegeteld mogen worden bij de verdeling van de onderhoudsbijdrage.
De rechtbank stelt vast dat de onderhoudsbijdrage gelijkelijk moet worden verdeeld over alle zes kinderen waarvoor aanspraak op kinderbijslag kan bestaan, conform eerdere jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. Eiser heeft over het derde kwartaal 2012 een bedrag van €1.750,- betaald, wat neerkomt op €291,67 per kind, onvoldoende voor de minimale onderhoudsbijdrage van €408,- per kwartaal.
Verder betoogt eiser dat verweerder de fictieve onderhoudsbijdrage niet in aanmerking heeft genomen, terwijl hij van 11 augustus tot 17 december 2012 bij zijn gezin in Egypte verbleef. Verweerder hanteert een beleid waarbij een fictieve onderhoudsbijdrage alleen wordt toegekend indien in de drie voorafgaande kwartalen aan het verblijf aan de onderhoudsvoorwaarde is voldaan. De rechtbank kwalificeert dit beleid als buitenwettelijk begunstigend en toetst dit terughoudend. Omdat eiser niet aan de onderhoudsvoorwaarde voldeed in de voorafgaande kwartalen, is het beleid consistent toegepast.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van kinderbijslag over het derde kwartaal 2012. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en kinderbijslag over het derde kwartaal 2012 wordt geweigerd.