ECLI:NL:RBDHA:2014:2001
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Verzoek om dwangsom wegens niet tijdig beslissen op bezwaar Wob-verzoek
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van verweerder op een Wob-verzoek, waarbij verweerder niet tijdig op het bezwaar heeft beslist. De rechtbank stelt vast dat verweerder niet tijdig heeft beslist en geen schriftelijke instemming voor uitstel heeft verkregen, waardoor een dwangsom verschuldigd is.
Verweerder heeft erkend dat de communicatie met eiser niet goed verliep en dat nog geen beslissing op bezwaar is genomen. De rechtbank oordeelt dat verweerder de communicatie met de gemachtigde van eiser had moeten voeren en dat het risico van misverstanden voor rekening van verweerder komt.
De rechtbank legt een dwangsom van € 100 per dag op met een maximum van € 15.000 en stelt de verbeurde dwangsom vast op € 1.260. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 maart 2013 en tot vergoeding van proceskosten van € 944 en het betaalde griffierecht van € 42 aan eiser.
Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een beslissing op het bezwaar te nemen. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.
Uitkomst: Verweerder is veroordeeld tot betaling van een dwangsom en wettelijke rente wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar en moet binnen twee weken alsnog een beslissing nemen.