ECLI:NL:RBDHA:2014:2648
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning wegens onvoldoende voorschriften geluid en milieu
De zaak betreft een beroep tegen de verleende omgevingsvergunning voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor opslag en verwerking van mest, compost, grond en andere materialen. Eiser betwistte de gehanteerde geluidrapporten en stelde dat het bronvermogen van voertuigen en het gebruik van de wasplaats onvoldoende waren meegenomen.
De rechtbank liet deskundigen van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) een rapport uitbrengen, dat grotendeels de vergunninghouder in het gelijk stelde. Wel constateerde de rechtbank dat het gebruik van de hogedrukspuit op doordeweekse dagen niet beperkt was tot 2 uur, wat nodig is om overschrijding van geluidgrenzen te voorkomen. Ook ontbrak een voorschrift voor het afdekken van de mesthoop om bodemverontreiniging te voorkomen.
De rechtbank vernietigde daarom deze onderdelen van het besluit en bepaalde zelf dat deze voorschriften aan de vergunning worden verbonden. Voorts werd een onwenselijk voorschrift verwijderd. Andere beroepsgronden, waaronder geluidnormen en luchtkwaliteit, werden verworpen. De rechtbank veroordeelde het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt delen van de omgevingsvergunning en legt aanvullende voorschriften op voor het gebruik van de hogedrukspuit en het afdekken van de mesthoop.