ECLI:NL:RBDHA:2014:2804
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verblijf buiten Nederland anders dan vakantie
Eiseres, van Duitse nationaliteit, was gedetacheerd naar België en beëindigde haar arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2012. Zij vroeg een WW-uitkering aan, die werd geweigerd omdat zij op dat moment anders dan wegens vakantie in België verbleef. Verweerder baseerde zich op artikel 19, lid 1, onder e, van de WW en de Europese Verordening (EG) nr. 883/2004.
De rechtbank stelde vast dat eiseres feitelijk in Brussel verbleef bij haar echtgenoot en dit ook had opgegeven bij haar WW-aanvraag. Haar inschrijving in de Nederlandse gemeentelijke basisadministratie deed hieraan niet af, omdat feitelijk verblijf leidend is. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de uitkering weigerde op grond van de nationale wetgeving.
Ook bij toepassing van het Unierecht zou dit niet tot een andere uitkomst leiden. Daarom gaf de rechtbank geen oordeel over de toepassing van het Unierecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat eiseres anders dan wegens vakantie in België verbleef.