ECLI:NL:RBDHA:2014:3073

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 januari 2014
Publicatiedatum
12 maart 2014
Zaaknummer
AWB-13_982
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 52a AWR
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens vervallen informatiebeschikking op grond van artikel 52a AWR

De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen een informatiebeschikking van de Belastingdienst met betrekking tot het jaar 2009. De informatiebeschikking was op 14 november 2012 afgegeven en gehandhaafd bij uitspraak op bezwaar van 25 januari 2013. Eiser stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank.

Tijdens de procedure werd vastgesteld dat de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2009 op 8 februari 2013 was opgelegd, terwijl de informatiebeschikking op dat moment nog niet onherroepelijk was geworden. Op grond van artikel 52a, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen vervalt de informatiebeschikking dan van rechtswege.

De rechtbank oordeelde dat het beroep daardoor geen voor eiser gunstiger resultaat kan opleveren en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Wel veroordeelde de rechtbank de Belastingdienst tot vergoeding van de proceskosten van eiser, omdat het beroep ten tijde van indiening nog ontvankelijk was. De proceskosten werden vastgesteld op € 1.217, naast vergoeding van het betaalde griffierecht van € 44.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer op 9 januari 2014 en partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag binnen zes weken na verzending van het vonnis.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen informatiebeschikking; proceskosten worden aan eiser toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 13/982

uitspraak van de meervoudige kamer van 9 januari 2014 in de zaak tussen

[X], wonende te [Z], eiser

(gemachtigde: [A]),
en
de inspecteur van de Belastingdienst/[te P], verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft met dagtekening 14 november 2012 met betrekking tot het jaar 2009 aan eiser een informatiebeschikking als bedoeld in artikel 52a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: de AWR) afgegeven.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 25 januari 2013 de informatiebeschikking gehandhaafd.
Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 juli 2013.
Namens eiser is verschenen de gemachtigde. Namens verweerder zijn verschenen [B] en [C].
Ter zitting zijn tevens behandeld de beroepen van eiser met de nummers SGR 13/1612, SGR 13/1614 tot en met SGR 13/1616 en SGR 13/1618 tot en met SGR 13/1623, alsmede de beroepen van de echtgenote van eiser met de nummers SGR 13/1599 tot en met SGR 13/1606. Daarnaast zijn ter zitting behandeld de beroepen van een andere, door de gemachtigde van eiser vertegenwoordigde, belastingplichtige, welke beroepen betrekking hebben op in het kader van het Rekeningenproject opgelegde (navorderings)aanslagen, verhogingen, vergrijpboetes en heffingsrenten, alsmede een informatiebeschikking.

Overwegingen

Ontvankelijkheid van het beroep
1.
Artikel 52a, derde lid, van de AWR luidt:
“Indien de inspecteur een aanslag, navorderingsaanslag of naheffingsaanslag vaststelt of een beschikking neemt voordat de met betrekking tot die belastingaanslag of beschikking genomen informatiebeschikking onherroepelijk is geworden, vervalt de informatiebeschikking.”
2.
De onderhavige informatiebeschikking is gedagtekend 14 november 2012. Het daartegen gerichte bezwaar is bij uitspraak van 25 januari 2013 afgewezen. Eiser heeft daartegen bij brief van 4 februari 2013, door de rechtbank op dezelfde dag ontvangen, beroep ingesteld. Met dagtekening 8 februari 2013 is de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2009 aan eiser opgelegd.
3.
Nu de informatiebeschikking op het moment dat de aanslag werd opgelegd nog niet onherroepelijk was geworden, is deze op grond van voormeld artikel 52a, derde lid, van de AWR van rechtswege komen te vervallen. Het beroep kan dan ook niet tot een voor eiser gunstiger resultaat leiden. Het beroep wordt daarom wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk verklaard.
Proceskosten
4.
Ten tijde van het instellen van het beroep was de informatiebeschikking nog niet van rechtswege komen te vervallen. Eiser is daarom terecht in bezwaar en beroep gekomen. De rechtbank ziet daarin aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het bezwaar en beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.217 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift met een waarde per punt van € 243, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 487 en een wegingsfactor 1). Overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten zijn gesteld noch gebleken.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.217;
  • draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 44 aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. de Hek, voorzitter, en mr. I. Obbink-Reijngoud en mr. T. van Rij, leden, in aanwezigheid van mr. W.M.M.A. van der Vegt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2014.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1.
bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2.
het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep