Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het procesverloop
2.De feiten
NOG TE ONDERZOEKEN
Rechtbank Den Haag
Op 3 maart 2014 vond een poging tot woningoverval plaats in Den Haag, waarna eiser en twee medeverdachten werden aangehouden. Eiser werd op 4 maart in verzekering gesteld en onderworpen aan beperkingen in contact met derden. Op 6 maart wees de rechter-commissaris de vordering tot inbewaringstelling af wegens gebrek aan ernstige bezwaren, maar vond de aanhouding en inverzekeringstelling rechtmatig. De officier van justitie verlengde daarop de inverzekeringstelling met drie dagen tot en met 10 maart 2014.
Eiser vorderde in kort geding opheffing van de inverzekeringstelling, stellende dat de verlenging onrechtmatig was en slechts bedoeld om de rechterlijke afwijzing te omzeilen. De rechtbank oordeelde dat de verlenging gerechtvaardigd was door een nieuw onderzoeksbelang, namelijk het horen van de eigenaar van de auto waarin eiser werd aangetroffen en het voorkomen van collusiegevaar. Dit laatste werd onderbouwd doordat eiser als enige verdachte over deze getuige had verklaard en geen contact mocht hebben met medeverdachten.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de verlenging niet onrechtmatig was gezien het ernstige strafbare feit en het belang van het onderzoek. De vordering van eiser werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van de inverzekeringstelling is afgewezen omdat de verlenging gerechtvaardigd was door een nieuw onderzoeksbelang en het voorkomen van collusiegevaar.