ECLI:NL:RBDHA:2014:3630

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 maart 2014
Publicatiedatum
25 maart 2014
Zaaknummer
C-09-461944 - JE RK 14-622
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouden verzoek ondertoezichtstelling minderjarige wegens kwetsbare opvoedingssituatie

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling van een minderjarige vanwege een reëel risico op bedreigde ontwikkeling, met name door de kwetsbare aanvaarding van hulpverlening door de moeder en het risico op terugkerend huiselijk geweld. De ouders hebben een belast verleden en hebben in het verleden geen hulp gezocht voor hun problemen.

Tijdens de zitting gaf de advocaat van de moeder aan dat zij vrijwillig hulpverlening accepteert, gestopt is met drugsgebruik en in een moeder-kindhuis verblijft. De ouders hebben hun relatie hervat en willen alles doen voor een goede toekomst van de minderjarige. De moeder erkent tekortkomingen in haar pedagogische vaardigheden en wil een persoonlijkheidsonderzoek ondergaan.

De kinderrechter overweegt dat hoewel er persoonlijke problematiek is, de ouders openstaan voor vrijwillige hulpverlening, waardoor de zorgen zijn afgenomen. Het is echter te vroeg om de Raad volledig buiten spel te zetten. Daarom wordt het verzoek aangehouden om de ouders de kans te geven de hulpverlening te accepteren en een rapportage over de voortgang te overleggen.

De zaak wordt aangehouden tot een zitting op 23 september 2014, waarbij de Raad een rapportage moet overleggen over de stand van zaken. Hoger beroep is mogelijk binnen veertien dagen na uitspraak.

Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling wordt aangehouden om ouders de gelegenheid te geven vrijwillige hulpverlening te accepteren en de situatie te monitoren.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Kinderrechter
Rekestnummer: JE RK 14-622
Zaaknummer: C/09/461944
Datum beschikking: 19 maart 2014

Ondertoezichtstelling

Beschikking op het op 10 maart 2014 ingekomen verzoekschrift van:

de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden (verder: de Raad),
met betrekking tot de minderjarige:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats];
kind van:
[A],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend geheim adres,
die het ouderlijk gezag alleen uitoefent,
en erkend door
[B],
de vader,
wonende te[plaats].
De minderjarige verblijft bij de moeder.

Procedure

De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift, met bijlagen.
Op 19 maart 2014 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank met gesloten deuren behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • mevrouw[X], namens de Raad;
  • mevrouw [Y], namens Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat, mr. N.A. Koole;
  • de vader.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van de minderjarige voor de periode van één jaar. Blijkens het verzoekschrift heeft de Raad hier het volgende aan ten grondslag gelegd.
De Raad is van mening dat er een reëel risico is op een bedreigde ontwikkeling van de minderjarige en dat een kinderbeschermingsmaatregel nodig is. De bedreiging komt met name voort uit de prille en kwetsbare aanvaarding van de moeder van hulpverlening. Zij lijkt dit vooral te hebben gedaan onder druk van instanties. Het risico op terugkerend huiselijk geweld is aanwezig, ondanks dat de relatie van de ouders is verbroken. Zij hebben in het voortraject geen hulp gezocht voor hun persoonlijke problemen. Zonder een voorval hadden ouders geen hulpverlening gezocht. De veiligheid van de minderjarige lijkt nu te zijn gewaarborgd, maar de Raad wil de zekerheid hebben dat dit ook voor de langere termijn het geval is.
[X] heeft namens de Raad het verzoek gehandhaafd en aangegeven dat beide ouders een belast verleden hebben en dat ondanks dat zij goed meewerken met de hulpverlening, een verplichtend kader belangrijk is.
De advocaat heeft tot afwijzing van het verzoek geconcludeerd. Hij heeft aangevoerd dat er in het rapport van de Raad geen enkele aanwijzing is dat de moeder niet bereid is om vrijwillige hulpverlening te accepteren. De moeder verblijft momenteel in een moeder-kindhuis en zal daarna een woning krijgen. Daarnaast is zij zelf gestopt met drugs en zit zij in de schuldsanering. De advocaat heeft aangegeven dat de moeder beseft dat haar pedagogische kwaliteiten tekortschieten en dat zij daarom een persoonlijkheidsonderzoek wil en de volgens dat onderzoek nodige hulpverlening wil accepteren. Indien de moeder uit het zicht dreigt te raken, kan de ambulante hulpverlening ingrijpen. Hij is dan ook van mening dat de ondertoezichtstelling geen toegevoegde waarde heeft.
De moeder heeft zich verzet tegen het verzoek. Zij heeft medegedeeld dat ze alles voor de minderjarige doet en niet afgerekend moet worden op het verleden. Voorts heeft zij verklaard dat zij nog steeds in het moeder-kindhuis verblijft en dat zij en de vader hun relatie hebben hervat.
De vader heeft zich geschaard achter het standpunt van de moeder. Hij heeft aangegeven dat er in het verleden kwalijke dingen zijn gebeurd, waarvan hij en de moeder zich bewust zijn. Zij hebben dat hoofdstuk in hun leven afgesloten. Zij willen alles doen om de minderjarige een mooie toekomst te geven.

Beoordeling

De kinderrechter overweegt dat de beide ouders kampen met persoonlijke problematiek en dat er voor hen nu een nieuwe en moeilijke situatie aanbreekt doordat zij daar bovenop zorg moeten dragen voor de opvoeding en verzorging van de minderjarige. Dit alles geeft aanleiding tot zorg. Daar staat tegenover dat de ouders hulpverlening in vrijwillig kader accepteren waardoor de zorgen zijn afgenomen. Zij moeten nog verder aan hun eigen problemen werken. Met het oog daarop moet het schuldsaneringstraject goed worden afgerond en is een persoonlijkheidsonderzoek naar de moeder verstandig. De kinderrechter ziet in de gemotiveerde opstelling van de ouders en hun open houding jegens de vrijwillige hulpverlening aanleiding om thans geen maatregel uit te spreken. Het is echter te vroeg om de Raad volledig buitenspel te zetten. Zij zal het verzoek aanhouden om de ouders de kans te geven alle nodige hulpverlening in het vrijwillig kader te aanvaarden om zo de opvoeding en verzorging van de minderjarige in goede banen te leiden. Twee weken vóór de volgende zitting dient de Raad een rapportage te overleggen over wat dan de huidige stand van zaken is.
Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:
houdt de behandeling van het verzoek aan tot de terechtzitting van
23 september 2014 te 13.30 uur;
gelast de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:
- de Raad voor de Kinderbescherming;
- de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland;
- de moeder;
- de advocaat van de moeder, mr. N.A. Koole;
- de vader.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.J.M. Weijnen, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 maart 2014, in tegenwoordigheid van mr. Y.D. David als griffier.
Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen
drie maandenna de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift bij de griffie van het Gerechtshof Den Haag.