ECLI:NL:RBDHA:2014:4155
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen wegens verantwoordelijkheid Spanje op grond van Dublin II-verordening
Eisers, Congolese staatsburgers, dienden op 17 december 2013 asielaanvragen in Nederland in. Verweerder wees deze af op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvragen volgens de Dublin II-verordening (Verordening 343/2003). Uit Eurodac bleek dat eisers in het bezit waren geweest van een visum voor Spanje en niet konden aantonen dat zij het grondgebied van de lidstaten hadden verlaten.
Eisers voerden aan dat zij vanuit Spanje waren teruggekeerd naar hun land van herkomst en overlegden documenten ter onderbouwing, waaronder een arrestatiebevel en schoolverklaring. De rechtbank oordeelde dat op grond van de verordening de lidstaat die het visum heeft afgegeven dat minder dan zes maanden is verlopen verantwoordelijk is. Spanje had bevestigd de verantwoordelijkheid te aanvaarden.
De rechtbank stelde vast dat de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is volgens de Dublin II-verordening moet worden beoordeeld, aangezien de aanvragen vóór 1 januari 2014 waren ingediend. Er waren geen bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel konden leiden. Daarom werden de beroepen ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling.