ECLI:NL:RBDHA:2014:4213
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Kouwenhoven
- M.A. Dirks
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale woonplaats en aftrek dubbele belasting voor jaren 2008 en 2009
Eiser, een Britse nationaliteit dragende persoon, was in geschil met de Belastingdienst over zijn fiscale woonplaats in 2008 en 2009 en de hoogte van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. De rechtbank stelde vast dat eiser sinds 2006 in Nederland stond ingeschreven, een woning en auto bezat en zijn loon op een Nederlandse bankrekening werd gestort. Deze feiten wezen op een duurzame persoonlijke betrekking met Nederland.
Eiser voerde aan dat zijn sociale en familiale banden in het Verenigd Koninkrijk lagen, maar dit werd door de rechtbank onvoldoende concreet onderbouwd geacht. De rechtbank verwierp ook het standpunt van eiser dat het heffingsrecht op grond van het belastingverdrag anders toekwam, omdat het Verdrag het heffingsrecht toekent aan het land waar de werkzaamheden fysiek worden verricht. Eiser had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij meer dan 25% van zijn werkzaamheden in het Verenigd Koninkrijk verrichtte.
Verder oordeelde de rechtbank dat eiser niet voldeed aan zijn bewijslast om een hogere aftrek ter voorkoming van dubbele belasting te verkrijgen, mede omdat hij slechts een globaal overzicht van zijn werkzaamheden in verschillende landen had verstrekt. Ook de stellingen van eiser over schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur werden verworpen. De beroepen werden ongegrond verklaard en de aanslagen gehandhaafd.
Uitkomst: De beroepen van eiser worden ongegrond verklaard en de aanslagen inkomstenbelasting 2008 en 2009 worden gehandhaafd.