Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[chirurg],
Rechtbank Den Haag
Op 5 oktober 2012 onderging verzoeker een operatie in het ziekenhuis waarbij de behandelend chirurg zonder voorafgaande toestemming een deel van de operatie filmde met zijn privé-telefoon. De beelden werden na de operatie aan verzoeker en zijn echtgenote getoond. Verzoeker stelde het ziekenhuis aansprakelijk voor de onrechtmatige handeling en vorderde een smartengeldvergoeding van € 5.000 wegens psychisch letsel.
De aansprakelijkheidsverzekeraar erkende het onrechtmatig filmen, maar betwistte de omvang van de schade. Verzoeker startte een deelgeschilprocedure ex artikel 1019w Rv om de immateriële schade vast te stellen. De rechtbank oordeelde dat het verzoek geen deelgeschil betrof, maar het gehele geschil, en wees het verzoek daarom af.
Daarnaast overwoog de rechtbank dat verzoeker onvoldoende bewijs leverde van psychisch letsel als gevolg van het zien van de beelden. De beelden toonden slechts het operatiegebied zonder bloed en verzoeker kon niet aannemelijk maken dat hij ongevraagd en onverwacht met de beelden werd geconfronteerd. Gezien de omstandigheden was geen sprake van een ernstige normschending die smartengeld rechtvaardigt.
De rechtbank wees ook de kostenbegroting af omdat de procedure onterecht was ingesteld. De beschikking werd uitgesproken door rechter Luiten op 8 januari 2014.
Uitkomst: Het verzoek tot smartengeld wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van immateriële schade.