ECLI:NL:RBDHA:2014:4445
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen eervol ontslag militair ondanks psychische toestand
Verzoeker, een militair met officiersrang, heeft op 5 december 2013 een aanvraag ingediend voor vrijwillig eervol ontslag per 1 april 2014. Hij stelde zich op het standpunt dat hij onder grote druk stond en psychisch niet in staat was zijn wil vrij te bepalen, waardoor zijn aanvraag niet aan hem kon worden toegerekend.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het primaire besluit het koninklijk besluit van 31 januari 2014 is, waartegen het bezwaarschrift tijdig is ingediend. Verzoeker heeft geen medische stukken overgelegd die aantonen dat hij ten tijde van zijn aanvraag ontoerekeningsvatbaar was. Bovendien heeft hij na zijn aanvraag nog gesolliciteerd en begeleiding gevraagd, wat wijst op bewustzijn van zijn situatie.
De rechter stelt vast dat verzoeker voldoende tijd en gelegenheid heeft gehad om zijn ontslagaanvraag te overwegen, ondanks de dreiging van ontslag wegens wangedrag. De commandant van verzoeker heeft onjuist gehandeld door hem alsnog de mogelijkheid te bieden een ontslagrekest in te dienen, maar dit leidt niet tot een ander oordeel.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag op 10 april 2014.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het eervol ontslag van de militair wordt afgewezen.