ECLI:NL:RBDHA:2014:445
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens vestigingsalternatief Zuid-Korea ondanks Noord-Koreaanse afkomst
Verzoeker, van Noord-Koreaanse afkomst, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij risico loopt op vervolging en mishandeling bij terugkeer naar Noord-Korea. Verweerder wees de aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardigheid en het bestaan van een vestigingsalternatief in Zuid-Korea.
De voorzieningenrechter constateerde dat verweerder zijn standpunt over terugkeer naar Noord-Korea had gewijzigd en dat geen gedwongen uitzetting naar Noord-Korea zal plaatsvinden. Hierdoor bleef alleen het geschil over het vestigingsalternatief in Zuid-Korea over.
Uit gezaghebbende rapporten bleek dat Noord-Koreanen in beginsel automatisch Zuid-Koreaans staatsburger zijn, tenzij zij langer dan tien jaar in een derde land verbleven. Verzoeker kon dit verblijf van meer dan tien jaar onvoldoende aannemelijk maken. Zelfs indien dat het geval was, is het mogelijk het Zuid-Koreaanse staatsburgerschap te verkrijgen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder het vestigingsalternatief terecht aan verzoeker mocht tegenwerpen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen voorlopige voorziening getroffen en geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het vestigingsalternatief Zuid-Korea.