ECLI:NL:RBDHA:2014:4647
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid bij poging tot doodslag
Op 14 augustus 2013 heeft verdachte zijn moeder in het portiek van haar woning in Den Haag met een schaar meerdere keren gestoken, onder meer in de nek en het hoofd. Verdachte verkeerde tijdens het incident in een floride psychose, waarbij hij dacht een boze geest uit haar lichaam te verdrijven door haar haren af te knippen. De rechtbank acht poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen, mede vanwege het gevaarlijke gebied waarin de verwondingen zijn toegebracht en het 'in het wilde weg' zwaaien met de schaar.
Psychiatrische rapporten van deskundigen stelden vast dat verdachte ten tijde van het feit volledig psychotisch en daardoor volledig ontoerekeningsvatbaar was. De rechtbank volgt deze conclusies en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging. Gezien de ernst van het feit en de psychische toestand van verdachte wordt een maatregel opgelegd tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor maximaal één jaar, conform artikel 37 Wetboek Pro van Strafrecht.
De rechtbank weegt mee dat verdachte geen eerdere strafbare feiten heeft gepleegd en dat het psychotische ziektebeeld mogelijk het begin is van een ernstiger psychiatrische stoornis. De behandeling in een gedwongen kader is noodzakelijk om terugval te voorkomen en de veiligheid van verdachte en derden te waarborgen. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging om een lichtere maatregel of ambulante behandeling op dit moment toe te passen.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid en geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis.