ECLI:NL:RBDHA:2014:4658
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak bezwaar WOZ-waarde en proceskostenvergoeding
Eiseres maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning en de daarbij behorende aanslag onroerende-zaakbelastingen voor 2013. Verweerder had de waarde aanvankelijk vastgesteld op €271.000 en na bezwaar verlaagd naar €207.000. Het geschil betrof de hoogte van de proceskostenvergoeding voor het beroepschrift.
De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond is en vernietigde de uitspraak op bezwaar. De rechtbank stelde dat vanwege het ontbreken van een inhoudelijk geschil een lagere wegingsfactor van 0.25 (zeer licht) voor het beroepschrift passend is, in lijn met een arrest van de Hoge Raad uit 2011. De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op €492,15, inclusief kosten voor kadastrale uittreksels en een taxatierapport.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van deze proceskosten en tot vergoeding van het betaalde griffierecht aan eiseres. De uitspraak werd gedaan door rechter Huijgens en griffier De Jong op 14 april 2014. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en verweerder veroordeeld tot betaling van proceskostenvergoeding en griffierecht.