ECLI:NL:RBDHA:2014:4726
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zelfstandigheid percelen voor rioolheffing in gemeente Zuidplas
Eiser was eigenaar van twee onroerende zaken die direct of indirect waren aangesloten op de gemeentelijke riolering. De gemeente Zuidplas legde voor beide percelen afzonderlijk een aanslag rioolheffing op. Eiser maakte bezwaar tegen deze aanslagen, stellende dat de objecten niet als afzonderlijke percelen moesten worden beschouwd.
De rechtbank heeft het geschil beoordeeld aan de hand van de Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2013 van de gemeente Zuidplas. Artikel 4 van Pro deze verordening bepaalt dat gedeelten van een perceel die bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, als afzonderlijke percelen worden aangemerkt, tenzij zij tezamen als één geheel worden gebruikt.
De rechtbank concludeerde dat de twee onroerende zaken inderdaad als afzonderlijke percelen moeten worden aangemerkt, omdat zij naar hun indeling bestemd zijn als afzonderlijke gehelen. Het feit dat de percelen aan één huurder zijn verhuurd en kadastraal zijn samengevoegd, doet hieraan niet af. De rechtbank verklaarde het beroep van eiser ongegrond en bevestigde de aanslagen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M.C.J.A. Huijgens en griffier R.J. de Jong op 14 april 2014.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de aanslagen rioolheffing voor twee percelen is ongegrond verklaard.