ECLI:NL:RBDHA:2014:4921
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.M. Braam
- L. Koper
- G.F. van der Linden-Burgers
- Rechtspraak.nl
Werkloosheidsuitkering geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid na beëindiging dienstverband op verzoek werknemer
De werknemer was in dienst bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu en sloot op eigen verzoek een vaststellingsovereenkomst waarmee het dienstverband per 1 februari 2013 werd beëindigd, met een ontslagvergoeding. Hij vroeg vervolgens een WW-uitkering aan die aanvankelijk werd geweigerd vanwege verwijtbare werkloosheid. Na bezwaar werd de uitkering toegekend. De werkgever stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank onderzocht of sprake was van verwijtbare werkloosheid. Er was geen sprake van bedrijfseconomisch ontslag of reorganisatie; de werknemer had gekozen voor vervroegde pensionering in plaats van werkhervatting in aangepast werk. De rechtbank stelde vast dat de werknemer het initiatief tot beëindiging van het dienstverband nam en dat er geen zodanige bezwaren waren die voortzetting redelijkerwijs onmogelijk maakten.
Op grond van de Werkloosheidswet had de werknemer daardoor geen recht op WW-uitkering. Het bestreden besluit werd vernietigd, het bezwaar van de werknemer ongegrond verklaard en de WW-uitkering ingetrokken. De rechtbank wees een proceskostenvergoeding toe aan de werkgever.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt ingetrokken omdat de werknemer verwijtbaar werkloos is geworden door eigen initiatief tot beëindiging dienstverband.