ECLI:NL:RBDHA:2014:5260
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende vooringenomenheid
De stichting vorderde naleving van de CAO voor uitzendkrachten tegen verzoeker. Tijdens een comparitie wrakte verzoeker de kantonrechter vanwege het te vroeg beginnen van de zitting, een denigrerende opmerking en het niet aan het woord laten van zijn boekhouder.
De kantonrechter stelde dat verzoeker te laat was en dat het niet aan hem was om het woord te geven aan de boekhouder. Hij ontkende neerbuigend te zijn geweest en stelde dat hij de procesregels toepaste.
De wrakingskamer oordeelde dat het te vroeg beginnen en het niet aan het woord laten van de boekhouder processuele beslissingen zijn die geen grond voor wraking vormen zonder bijzondere omstandigheden. Ook de opmerking over de procesregels was onvoldoende voor het aannemen van vooringenomenheid.
Er waren geen feiten of omstandigheden die objectief de vrees voor onpartijdigheid rechtvaardigen. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en het proces voortgezet.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.