ECLI:NL:RBDHA:2014:534

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 januari 2014
Publicatiedatum
20 januari 2014
Zaaknummer
C-09-458054 - JE RK 14-52
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29b Wet op de Jeugdzorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot uithuisplaatsing in gesloten jeugdzorg vanwege complexe problematiek en wegloopgedrag

De zaak betreft een verzoek van Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden tot machtiging voor opname van een minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. De minderjarige kampt met zwakbegaafdheid en zeer complexe gedragsproblemen, waaronder opstandig gedrag en negatieve beïnvloeding van andere bewoners, wat leidde tot onhandelbaarheid in een crisisopvang. Wegloopgedrag maakt plaatsing in een gesloten setting noodzakelijk.

De moeder, die het ouderlijk gezag uitoefent, stemde in met het verzoek. De minderjarige en zijn advocaat voerden verweer en gaven de voorkeur aan verblijf bij de grootmoeder. De advocaat stelde dat het verzoek summier en gebaseerd op verouderde stukken was.

De kinderrechter oordeelde dat de situatie voldoet aan de criteria van artikel 29b van de Wet op de Jeugdzorg en dat ondertoezichtstelling niet vereist is. Gezien de ernst van de opgroei- en opvoedingsproblemen en het recente onderzoek door een gedragswetenschapper, werd het verzoek toegewezen. De machtiging geldt voor de periode van 16 januari 2014 tot 10 januari 2015 in de gesloten instelling Schakenbosch, waar ook behandeling en onderwijs zullen plaatsvinden.

Uitkomst: De kinderrechter machtigt de opname van de minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg voor de periode van 16 januari 2014 tot 10 januari 2015.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Kinderrechter
Rekestnummer: JE RK 14-52
Zaaknummer: C/09/458054
Datum beschikking: 15 januari 2014
Machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg na een voorlopige machtiging

Beschikking op het op 10 januari 2014 ingekomen verzoekschrift van:

de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden, Crisis Interventie Team, vestiging Neherkade te Den Haag (verder: Bureau Jeugdzorg),
met betrekking tot de minderjarige:
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2000 te [geboortedatum],
kind van:
[mevrouw A],
de moeder,
wonende te [woonplaats 1],
die het ouderlijk gezag alleen uitoefent,
en erkend door
[de heer B]
de vader, geen belanghebbende,
wonende te [woonplaats 2]
De minderjarige verblijft feitelijk in de gesloten instelling Schakenbosch.

Procedure

De kinderrechter heeft kennisgenomen van:
- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank d.d. 10 januari 2014;
- het verzoekschrift met bijlage(n) met daarin vervat de verklaring van Bureau Jeugdzorg
dat een situatie als bedoeld in artikel 29b, derde lid, van de Wet op de
Jeugdzorg zich voordoet;
- de instemmingsverklaring d.d. 14 januari 2014 van een gedragswetenschapper als bedoeld
in artikel 29b, vijfde lid, van de Wet op de Jeugdzorg, die de jeugdige met het oog daarop
kort tevoren heeft onderzocht;
- het indicatiebesluit van Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden d.d. 13 januari 2014.
Op 15 januari 2014 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank met gesloten deuren behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- mevrouw [mevrouw C], namens Bureau Jeugdzorg;
- de moeder, begeleid door mevrouw [mevrouw D], werkzaam bij Stichting MEE;
- de minderjarige, bijgestaan door zijn advocaat, mr. N.M. Zeeman.

Feiten

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij voormelde beschikking d.d. 10 januari 2014, waarvan de inhoud als hier overgenomen dient te worden beschouwd, aan Bureau Jeugdzorg voorlopige machtiging verleend om de minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg te doen opnemen en te doen verblijven van 10 januari 2014 tot 16 januari 2014, en het verzoek voor het overige aangehouden tot deze zitting.

Verzoek

Het verzoek strekt tot machtiging de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg voor de termijn van het indicatiebesluit. Daartoe wordt gesteld dat de minderjarige zwakbegaafd is met zeer complexe en zorgelijke problematiek. Vanwege de spanningen tussen de minderjarige en de moeder is de minderjarige kort geleden in het vrijwillige kader geplaatst in een crisisopvang. Echter de minderjarige vertoont aldaar ook problematisch gedrag, waarbij sprake is van politiecontacten, opstandig gedrag tegen de groepsleiding en negatieve beïnvloeding van andere bewoners, waardoor de situatie daar ook onhandelbaar is geworden. Plaatsing in een gesloten setting is derhalve aangewezen, mede vanwege het wegloopgedrag van de minderjarige.
De moeder heeft ingestemd met het verzochte.
De minderjarige heeft verweer gevoerd. Hij heeft mede namens zijn advocaat naar voren gebracht dat hij het liefst bij zijn grootmoeder wil wonen. De advocaat heeft gesteld dat het verzoek summier is onderbouwd en gebaseerd is op oude stukken. Zij heeft verzocht tot afwijzing van het verzoek.

Beoordeling

De kinderrechter overweegt dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat het verzoek tot machtiging de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg de instemming heeft van de gezaghebbende ouder(s). Nu derhalve sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 29b, tweede lid, onder c, van de Wet op de Jeugdzorg, is een ondertoezichtstelling van de minderjarige niet vereist.
De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de minderjarige ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen heeft die zijn ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren en die maken dat de opneming en het verblijf in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de zorg die hij nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken. Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat zowel in de thuissituatie als in de crisisopvang het probleemgedrag van de minderjarige dermate ernstig is dat er sprake is van een onhandelbare situatie. Het alternatief voor verblijf in een open of besloten setting is vanwege de complexe problematiek en het wegloopgedrag van de minderjarige geen optie. De kinderrechter overweegt voorts dat de minderjarige zeer recentelijk is gezien en onderzocht door een gedragswetenschapper waardoor er geen twijfel is over de actualiteit van de gedragsproblematiek van de minderjarige en de uit die problematiek ontstane situatie. De kinderrechter overweegt tevens dat, nu de machtiging geëffectueerd wordt voor een verblijf van de minderjarige in de gesloten instelling Schakenbosch, alwaar hij ook behandeling en onderwijs zal krijgen op het terrein, zij het verzoek zoals is verzocht zal toewijzen.
Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:
machtigt de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg zoals bedoeld in artikel 29b, eerste lid, van de Wet op de Jeugdzorg van 16 januari 2014 tot 10 januari 2015, zulks ter effectuering van het aangehechte indicatiebesluit d.d. 13 januari 2014.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Dam, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 januari 2014, in tegenwoordigheid van A.U. Hatuina als griffier.
Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen
drie maandenna de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift bij de griffie van het Gerechtshof Den Haag.