ECLI:NL:RBDHA:2014:5587
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Obbink-Reijngoud
- S.E. Postema
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Beoordeling pseudo-eindheffing hoog loon en strijd met eigendomsrecht EVRM
Eiseres betaalde in 2012 een loon van meer dan €150.000 aan haar werknemer en droeg in 2013 op grond van artikel 32bd Wet op de loonbelasting 1964 pseudo-eindheffing hoog loon af over het meerdere. Zij maakte bezwaar tegen deze afdracht, stellende dat de heffing in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM vanwege vermeende terugwerkende kracht en disproportionaliteit.
De rechtbank overweegt dat de pseudo-eindheffing een wettelijke basis heeft, voldoende toegankelijk en voorzienbaar is, en dat procedurele garanties aanwezig zijn. De wetgever heeft een ruime beoordelingsvrijheid bij fiscale maatregelen, en de heffing maakt deel uit van een pakket begrotingsmaatregelen om het tekort terug te dringen.
Hoewel aspecten van terugwerkende kracht herkenbaar zijn, blijft de maatregel binnen de beoordelingsvrijheid van de wetgever en ontbreekt een redeloze grond. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij door de heffing wordt getroffen door een individuele en buitensporige last. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de pseudo-eindheffing hoog loon wordt ongegrond verklaard.