ECLI:NL:RBDHA:2014:5626
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering verval van instantie in procedure over deskundigenonderzoek
In twee aan elkaar verbonden civiele zaken tussen Unicom cs en [A] cs heeft de rechtbank Den Haag op 7 mei 2014 uitspraak gedaan over een vordering tot verval van instantie. Deze vordering was ingediend door [A] cs wegens het langer dan twaalf maanden uitblijven van een proceshandeling, namelijk een uitlating over het deskundigenonderzoek dat bij tussenvonnis van 2 november 2011 was bevolen.
De rechtbank stelt vast dat noch Unicom cs, noch [A] cs zich hebben uitgelaten over het deskundigenonderzoek, waardoor geen partij nalatig kan worden geacht. De vordering tot verval van instantie kan daarom niet worden toegewezen, omdat alleen de partij die niet aan het woord is geweest succesvol een dergelijke vordering kan instellen.
De discussie over het al dan niet bestaan van bepaalde partijen door ontbinding wordt buiten beschouwing gelaten, aangezien de procedure tegen een rechtspersoon ook na ontbinding kan worden voortgezet. De rechtbank verwijst de zaken naar de rolzitting van 4 juni 2014 om partijen alsnog in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over het deskundigenbericht. De beslissing over proceskosten wordt aangehouden tot het eindvonnis.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot verval van instantie af en verwijst de zaak naar een nieuwe rolzitting.