ECLI:NL:RBDHA:2014:5634
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Eiser niet-ontvankelijk in vordering tot onmiddellijke invrijheidsstelling wegens procedurele tekortkomingen
Eiser is bij arrest veroordeeld tot een taakstraf, die bij niet-nakoming werd omgezet in vervangende jeugddetentie. Na meerdere bevelen tot tenuitvoerlegging van deze detentie en een ingediend gratieverzoek, vordert eiser onmiddellijke invrijheidsstelling omdat de kennisgeving van het bevel tot tenuitvoerlegging niet volgens de wettelijke voorschriften zou zijn betekend.
De rechtbank beoordeelt dat eiser niet ontvankelijk is in zijn vordering omdat hij een met voldoende waarborgen omklede bezwaarschriftprocedure niet heeft gevolgd. Hierdoor is de civiele rechter niet bevoegd om de rechtmatigheid van de omzettingsbeslissing te toetsen. Ook het argument dat de betekening niet rechtmatig zou zijn, had in deze procedure aan de orde kunnen komen.
De rechtbank merkt op dat zelfs bij gegrondverklaring van het betoog over de betekening, dit eenvoudig hersteld kan worden, waardoor eiser geen belang heeft bij onmiddellijke invrijheidsstelling. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten en nakosten. Het vonnis is gewezen door mr. H.F.M. Hofhuis en uitgesproken op 8 mei 2014.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot onmiddellijke invrijheidsstelling en veroordeeld in de proceskosten.