ECLI:NL:RBDHA:2014:5734
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduring vreemdelingenbewaring wegens niet-medewerking aan uitzetting
Eiser, een vreemdeling van Kameroense nationaliteit, is op 21 januari 2014 in vreemdelingenbewaring gesteld. Na een eerdere ongegronde verklaring van zijn eerste beroep tegen deze maatregel, heeft eiser opnieuw beroep ingesteld tegen de voortzetting van zijn bewaring. Hij stelt dat hij niet verplicht is mee te werken aan zijn uitzetting en dat daardoor geen zicht op uitzetting bestaat.
De rechtbank verwijst naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin is bepaald dat van een vreemdeling in bewaring mag worden verwacht dat hij volledige, actieve en noodzakelijke medewerking verleent aan zijn uitzetting. Eiser betwist dit beginsel, maar onderbouwt zijn standpunt niet met relevante jurisprudentie of wetgeving.
De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van medewerking het zicht op uitzetting belemmert en dat de voortzetting van de bewaring daarom gerechtvaardigd is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor schadevergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van medewerking aan uitzetting.