ECLI:NL:RBDHA:2014:5788
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- E.B. de Vries- van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij feitelijke uitzetting na interim measure EHRM
Eiser maakte bezwaar tegen zijn geplande uitzetting naar Mogadishu, die door verweerder was aangekondigd. Na een interim measure van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens werd de uitzetting geannuleerd en het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Eiser stelde beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De rechtbank onderzocht ambtshalve of eiser procesbelang had bij de beoordeling van het beroep. Procesbelang vereist dat de beoordeling van het beroep eiser in een materieel gunstiger positie kan brengen. De rechtbank oordeelde dat dit niet het geval was, omdat de uitzetting was geannuleerd en eiser tegen toekomstige uitzettingsbesluiten opnieuw bezwaar kan maken.
Eiser voerde aan dat hij procesbelang had bij de beoordeling van de uitzettingsmodaliteit en de rechtmatigheid van de voorgenomen uitzetting, maar de rechtbank volgde dit niet. Ook het argument dat het rechtsmiddelenstelsel niet sluitend zou zijn vanwege het ontbreken van schorsende werking van bezwaar tegen feitelijke uitzetting, leidde niet tot een ander oordeel. Eiser kan immers een voorlopige voorziening aanvragen om uitzetting te schorsen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.