De rechtbank Den Haag heeft op 13 mei 2014 een man uit Leiden veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens poging tot doodslag en drugshandel. Op 26 juni 2013 stak verdachte zijn slachtoffer met een mes in de buik en beide bovenbenen, waarbij ernstig en levensbedreigend letsel werd toegebracht. Verdachte handelde ook in cocaïne tussen 1 mei en 26 juni 2013.
De rechtbank sprak verdachte vrij van poging tot moord vanwege gebrek aan bewijs voor voorbedachten rade, maar stelde vast dat verdachte voorwaardelijk opzet had op de dood van het slachtoffer. De handel in heroïne werd niet bewezen verklaard. Verdachte werd als volledig toerekeningsvatbaar beschouwd, ondanks weigering tot medewerking aan gedragskundig onderzoek.
Naast de gevangenisstraf werd verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €1976,00 aan het slachtoffer, bestaande uit materiële en immateriële schade. Tevens werd de tenuitvoerlegging bevolen van eerdere voorwaardelijke straffen wegens eerdere veroordelingen. De rechtbank legde ook vervangende hechtenis op bij niet-betaling van de schadevergoeding.