ECLI:NL:RBDHA:2014:6072
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing onrechtmatige bewaring wegens ontbreken redelijk vermoeden van illegaal verblijf
Eiser werd op 22 april 2014 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De aanhouding vond plaats op basis van een machtiging tot binnentreden waarop zijn persoonsgegevens stonden vermeld. Eiser betwistte het redelijk vermoeden van illegaal verblijf dat aan deze machtiging ten grondslag lag.
Verweerder stelde dat de machtiging was gebaseerd op een anonieme tip, maar na heropening van het onderzoek bleek dat de machtiging op naam van eiser per ongeluk was opgemaakt en dat de feitelijke machtiging op naam van een andere vreemdeling was afgegeven. Beide versies werden ondersteund door op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal, maar zij spraken elkaar inhoudelijk tegen.
De rechtbank stelde vast dat deze onduidelijkheid en tegenstrijdigheid ertoe leiden dat het redelijk vermoeden van illegaal verblijf ontbrak. De bewaring was daarom vanaf het begin onrechtmatig. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, hief de bewaring op en kende eiser een schadevergoeding toe van €1.730,- voor 21 dagen onrechtmatige bewaring. Tevens werden proceskosten aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De bewaring van eiser is onrechtmatig bevonden en opgeheven, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten.