ECLI:NL:RBDHA:2014:6202
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Litouwen en ontbreken toestemming familiehereniging
Eiser, Azerbeidzjaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd afgewezen omdat Litouwen verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser betoogde dat Nederland de behandeling op grond van familiebanden en het belang van zijn minderjarige zoon in Nederland aan zich had moeten trekken, verwijzend naar artikelen 16 en 17 van de Dublinverordening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat Litouwen terecht als verantwoordelijke lidstaat was aangewezen, mede omdat eiser een visum van Litouwen had ontvangen en Litouwse autoriteiten hadden ingestemd met overname. Het beroep op artikel 16 faalde Pro omdat de wederzijdse afhankelijkheid tussen eiser en zijn zoon niet was aangetoond en de vereiste schriftelijke toestemming van betrokkenen ontbrak.
Ook het beroep op artikel 17 werd Pro verworpen vanwege het ontbreken van schriftelijke instemming van de wettelijk gezaghebbende moeder van de minderjarige zoon. De rechtbank stelde dat niet vooruitgelopen kon worden op een toekomstige beslissing over juridisch vaderschap. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.