ECLI:NL:RBDHA:2014:6293
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Benoeming bijzondere curator voor minderjarige in gesloten jeugdzorg
De rechtbank Den Haag behandelde op 13 mei 2014 een verzoek tot benoeming van een bijzondere curator voor een tienjarige minderjarige die verblijft in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. De minderjarige wenst hoger beroep in te stellen tegen een beschikking tot plaatsing van 17 maart 2014, maar is vanwege zijn leeftijd niet zelfstandig procesbekwaam. De gezagsouder, de vader, oefent het ouderlijk gezag alleen uit en heeft niet gereageerd op verzoeken om zelf hoger beroep in te stellen.
De rechtbank overweegt dat de minderjarige niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen en dat de vader als gezagsdrager in principe de minderjarige vertegenwoordigt. Door het uitblijven van reactie van de vader is er sprake van een belangentegenstelling tussen de minderjarige en de gezagsouder. Op grond van artikel 1:250 BW Pro kan in dergelijke conflicten een bijzondere curator worden benoemd.
Gelet op de ernst van de situatie, waaronder de vrijheidsbenemende maatregel en de medicatie die de minderjarige ontvangt, acht de rechtbank het noodzakelijk om een bijzondere curator te benoemen die namens de minderjarige hoger beroep kan instellen en hem in tweede aanleg kan bijstaan. De beschikking is gegeven door rechter M. Dam en betreft de benoeming van mr. L. van Dijk als bijzondere curator.
Uitkomst: De rechtbank benoemt een bijzondere curator om namens de minderjarige hoger beroep in te stellen tegen de plaatsingsbeslissing.