Uitspraak
Omgang
Beschikking op het op 20 december 2013 ingekomen verzoek van:
[naam 1] ,
[naam 2] ,
Procedure
- de brief d.d. 25 maart 2014 van de zijde van de vader;
- de brief d.d. 26 maart 2014 van de zijde van de moeder.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde op 19 maart 2014 een verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling voor het jaar 2014 tussen de moeder en vader van een minderjarige, na hun echtscheiding in 2010. Partijen slaagden er niet in om in onderling overleg een schema voor 2014 overeen te komen. De moeder stelde een voorstel in, de vader een afwijkend basisschema conform eerdere beschikking van het gerechtshof uit 2012.
De rechtbank oordeelde dat het schema van de vader uitvoerbaar en werkbaar was en stelde dit, met uitzondering van de week van 21 tot en met 27 juni 2014, vast. In die week verblijft de minderjarige bij de vader omdat de moeder dan in het buitenland verblijft. Verzoeken van de vader om afwijkingen in overdrachtstijden en het vooraf vaststellen van schadevergoedingen werden afgewezen.
Met betrekking tot de buitenschoolse opvang (BSO) werd bevestigd dat de minderjarige op dagen bij de moeder geen gebruik hoeft te maken van BSO-activiteiten, ook niet na overgang naar een andere groep. Partijen kwamen ter zitting overeen dat de moeder de helft van de BSO-kosten vergoedt. De rechtbank legde geen dwangsom op voor het niet tijdig verstrekken van reisdocumenten. Proceskosten worden door partijen zelf gedragen, conform het uitgangspunt in familierechtelijke procedures.
Uitkomst: De rechtbank stelt de omgangsregeling 2014 vast conform het schema van de vader met uitzondering van een week in juni, en bepaalt dat partijen hun eigen proceskosten dragen.