Uitspraak
Rechtbank den haag
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
onmachtaan de zijde van [eiseres] en niet van betalings
onwil.
Rechtbank Den Haag
Eiseres is achttien onherroepelijke sancties opgelegd op grond van de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften (WAHV) ter hoogte van €4.221. Nadat verhaal van deze sancties niet mogelijk bleek, heeft de officier van justitie machtigingen tot gijzeling van telkens 7 dagen verkregen, in totaal 126 dagen. De gijzeling begon op 19 februari 2014 en zou duren tot 25 juni 2014.
Eiseres vordert opheffing van de gijzeling omdat zij niet over inkomen of vermogen beschikt om de sancties te voldoen en de duur van de gijzeling buitenproportioneel is. De rechtbank oordeelt dat de kantonrechters niet hebben voldaan aan de Aanbeveling van het landelijk overleg coördinerend kantonrechters (LOCK), die een maximale gijzelingstermijn van 15 dagen adviseert tenzij bijzondere omstandigheden aannemelijk zijn gemaakt.
De rechtbank stelt vast dat geen concrete bijzondere omstandigheden zijn gesteld of gebleken die een langere gijzeling rechtvaardigen. Daarnaast is de betalingsonmacht van eiseres aannemelijk gemaakt. Gezien deze omstandigheden en het belang van eiseres, onder meer vanwege haar jonge dochter, wordt de gijzeling met onmiddellijke ingang opgeheven. De Staat wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De gijzeling van eiseres wordt met onmiddellijke ingang opgeheven wegens disproportionele duur en betalingsonmacht.