ECLI:NL:RBDHA:2014:6475
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Oromo-sympathisante met minderjarig kind wegens gebrek aan geloofwaardigheid
Eiseres, een vrouw van Oromo-afkomst uit Ethiopië, diende een asielaanvraag in voor zichzelf en haar minderjarige zoon met Eritrese nationaliteit. Zij stelde dat zij en haar zoon gevaar lopen vanwege haar sympathie voor het Oromo Liberation Front (OLF) en de moord op haar ouders door Ethiopische autoriteiten.
De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van artikel 31 Vreemdelingenwet Pro 2000, omdat eiseres geen reisdocumenten kon overleggen en haar verklaringen over de Eritrese afkomst van haar zoon en haar voorgenomen contact met het OLF niet geloofwaardig waren. De rechtbank bevestigde dat het ontbreken van documenten toerekenbaar was en dat de geloofwaardigheid van het asielrelaas onvoldoende was onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen over de moord op haar ouders en haar vermeende betrokkenheid bij het OLF onvoldoende concreet waren en dat er geen aannemelijke persoonlijke vervolgingsdreiging bestond. Ook de belangen van het minderjarige kind werden meegewogen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.