ECLI:NL:RBDHA:2014:6516
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging verblijfsvergunning wegens verplaatsing hoofdverblijf buiten Nederland
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'voortgezet verblijf'. Deze aanvraag is door verweerder afgewezen op grond dat eiser zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft gevestigd. Dit bleek uit het feit dat eiser sinds 14 mei 2012 is uitgeschreven uit de gemeentelijke basisadministratie en sindsdien niet meer geregistreerd staat. Daarnaast had eiser een postadres en had hij in het verleden meerdere keren niet tijdig om verlenging van zijn vergunning gevraagd en niet tijdig gereageerd op verzoeken om leges te voldoen.
Eiser heeft in de beroepsfase verklaringen ingebracht van zijn vriendin en andere vrienden en kennissen, maar deze boden geen objectief bewijs dat hij zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland had verplaatst. De rechtbank concludeerde daarom dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat het hoofdverblijf van eiser buiten Nederland is gevestigd en dat de verblijfsvergunning terecht niet is verlengd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning is ongegrond verklaard.