ECLI:NL:RBDHA:2014:6537
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-verschoonbare overschrijding bezwaartermijn bij intrekking verblijfsvergunning
Eiser, een Guinese vreemdeling met een verblijfsvergunning, kreeg bij besluit van 21 oktober 2013 zijn verblijfsvergunning met terugwerkende kracht ingetrokken wegens verplaatsing van zijn hoofdverblijf buiten Nederland. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn.
Eiser stelde dat hij het besluit niet had ontvangen omdat hij niet meer woonachtig was op het laatst bekende adres in de gemeentelijke basisadministratie (GBA). Hij had zich wel ingeschreven op een ander adres, maar dit was niet correct verwerkt in de GBA. De rechtbank oordeelde dat de bezwaartermijn was gestart op de dag na de juiste bekendmaking van het besluit aan het laatst bekende adres en dat eiser de gevolgen van het niet doorgeven van zijn nieuwe adres voor zijn rekening en risico moest nemen.
De rechtbank overwoog dat de overschrijding van de bezwaartermijn niet verschoonbaar was, omdat er geen sprake was van een uitzonderlijke situatie die het niet tijdig indienen rechtvaardigde. Ook werd geoordeeld dat het horen van eiser in bezwaar niet noodzakelijk was, omdat op voorhand duidelijk was dat het bezwaar niet tot een ander besluit zou leiden.
Het beroep van eiser werd derhalve ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid van het bezwaar vanwege niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.