ECLI:NL:RBDHA:2014:6650
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing wijziging verblijfsvergunning kennismigrant en EG-langdurig ingezetene
Eiser, een Indiase nationaliteit bezittende vreemdeling, diende een aanvraag in voor wijziging van zijn verblijfsvergunning van kennismigrant naar arbeid als zelfstandige, welke werd afgewezen omdat niet voldaan werd aan het criterium van wezenlijk Nederlands economisch belang. Tevens werd zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met de aantekening EG-langdurig ingezetene afgewezen omdat hij niet voldeed aan de eis van vijf jaar ononderbroken legaal verblijf.
De rechtbank oordeelde dat eiser in de periode van 1 maart 2012 tot 25 september 2012 wel degelijk een formeel beperkt verblijfsrecht had, waardoor deze periode niet meetelt bij de berekening van de vijfjarige termijn, maar ook niet leidt tot een onderbreking van het verblijf. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en concludeerde dat artikel 21, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 in zoverre buiten toepassing moet worden gelaten.
Hierdoor voldeed eiser aan het vereiste van vijf jaar legaal en ononderbroken verblijf en werd het besluit tot afwijzing van de aanvraag EG-langdurig ingezetene vernietigd. Het besluit tot afwijzing van de wijziging naar arbeid als zelfstandige bleef in stand. De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Beroep tegen wijziging naar zelfstandige arbeid ongegrond; beroep tegen afwijzing EG-langdurig ingezetene gegrond en besluit vernietigd.