ECLI:NL:RBDHA:2014:7014
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.C. Koekman
- M. van Loenhoud
- A.J.J.M. Weijnen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van seksuele intimidatie en ontuchtige handelingen in Rijswijk
De rechtbank Den Haag behandelde op 5 juni 2014 een zaak tegen een verdachte die werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen en het zich oneerbaar gedragen in het openbaar in Rijswijk tussen januari en juni 2013.
De tenlastelegging omvatte twee hoofdfeiten: het dwingen van meerdere vrouwen tot het dulden van ontuchtige handelingen onder bedreiging of geweld, en het zich met ontbloot geslachtsdeel bevinden op openbare plaatsen. De officier van justitie baseerde zich op twaalf aangiften van vrouwen van veertig jaar en ouder, die melding maakten van seksuele intimidatie en ongewenst gedrag.
De rechtbank oordeelde dat de gedragingen van de verdachte, hoewel ongepast en seksueel getint, niet voldeden aan de strafrechtelijke criteria van geweld of bedreiging die nodig zijn voor een veroordeling op grond van artikel 246 Sr Pro. Ook ontbrak voldoende steunbewijs voor de aantijgingen. Ten aanzien van het tweede feit, het zich met ontbloot geslachtsdeel bevinden, was het bewijs eveneens onvoldoende om de verdachte wettig en overtuigend te veroordelen.
Als gevolg hiervan sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en verklaarde de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen tot schadevergoeding. De kosten van de verdediging werden begroot op nihil en het opgeschorte bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van seksuele intimidatie en ontuchtige handelingen.