ECLI:NL:RBDHA:2014:7336
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing vaarverbod duwcombinatie na aanvaring brug wegens onvoldoende belang Staat
Eiseres, eigenaar van de duwboot en duwcombinatie '[eiseres]', kwam op 7 april 2014 in aanvaring met een brug en veroorzaakte aanzienlijke schade. De Staat stelde de schade op € 2.600.000,- en verbood eiseres verder te varen totdat zekerheid werd gesteld voor dit bedrag op grond van artikel 7.21 van de Waterwet.
Eiseres bood zekerheid aan voor het bedrag van de beperkte aansprakelijkheid van circa 663.189,63 SDR plus wettelijke rente, maar dit werd door de Staat niet geaccepteerd. Eiseres vorderde daarop in kort geding opheffing van het vaarverbod, stellende dat het vaarverbod het karakter heeft van een conservatoir beslag en dat voldoende zekerheid was gesteld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Staat geen concreet en rechtens te respecteren belang had bij het handhaven van het vaarverbod, mede omdat de fondsvorming via verzekering verzekerd is en de financiële situatie van eiseres geen rol speelt. Het vaarverbod werd daarom opgeheven onder de voorwaarde dat zekerheid wordt gesteld voor het bedrag van de beperkte aansprakelijkheid. De Staat werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het vaarverbod wordt opgeheven onder voorwaarde van zekerheidstelling voor de beperkte aansprakelijkheid van de duwcombinatie.