ECLI:NL:RBDHA:2014:7811
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen WOZ-aanslagen en proceskostenvergoeding
Eiser maakte bezwaar tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarden van 37 onroerende zaken en de hoogte van de aanslagen op waardepeildatum 1 januari 2012. Verweerder had in bezwaar de waarde van drie objecten verminderd en een proceskostenvergoeding toegekend op basis van een wegingsfactor van 1,0.
De kern van het geschil betrof de vraag of de factor voor samenhangende zaken toegepast had moeten worden. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar als één bezwaar moet worden beschouwd, omdat het gericht was tegen aanslagen die in één geschrift zijn opgenomen, ondanks het aantal objecten.
De rechtbank vond geen aanleiding om de zaak als zwaarder dan gemiddeld te beschouwen, mede omdat de bezwaren summier en algemeen waren gemotiveerd. De toegepaste wegingsfactor van 1,0 voor de proceskostenvergoeding werd als terecht beoordeeld.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter Batelaan-Boomsma op 19 juni 2014.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de WOZ-aanslagen en proceskostenvergoeding wordt ongegrond verklaard.