ECLI:NL:RBDHA:2014:7811

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 juni 2014
Publicatiedatum
26 juni 2014
Zaaknummer
AWB - 14 _ 658
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet waardering onroerende zakenArt. 6:162 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling bezwaar tegen WOZ-aanslagen en proceskostenvergoeding

Eiser maakte bezwaar tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarden van 37 onroerende zaken en de hoogte van de aanslagen op waardepeildatum 1 januari 2012. Verweerder had in bezwaar de waarde van drie objecten verminderd en een proceskostenvergoeding toegekend op basis van een wegingsfactor van 1,0.

De kern van het geschil betrof de vraag of de factor voor samenhangende zaken toegepast had moeten worden. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar als één bezwaar moet worden beschouwd, omdat het gericht was tegen aanslagen die in één geschrift zijn opgenomen, ondanks het aantal objecten.

De rechtbank vond geen aanleiding om de zaak als zwaarder dan gemiddeld te beschouwen, mede omdat de bezwaren summier en algemeen waren gemotiveerd. De toegepaste wegingsfactor van 1,0 voor de proceskostenvergoeding werd als terecht beoordeeld.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter Batelaan-Boomsma op 19 juni 2014.

Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de WOZ-aanslagen en proceskostenvergoeding wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummers: SGR 14/664, SGR 14/675 en SGR 14/682

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

19 juni 2014 in de zaak tussen

[eiser], wonende te [X], eiser[A],

en

Regionale Belasting Groep, locatie [X], verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 19 december 2013 op het bezwaar van eiser tegen hoogte van de aanslagen die op grond van de Wet waardering onroerende zaken zijn opgelegd.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 juni 2014.
Namens eiser is zijn gemachtigde verschenen. Namens verweerder is verschenen
[Z].

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op grond van de Wet waardering onroerende zaken ten name van eiser de waarde van 37 in de gemeente [X] gelegen onroerende zaken (de objecten) bij in één geschrift vervatte beschikkingen op waardepeildatum 1 januari 2012 vastgesteld.
2. In de uitspraak op bezwaar heeft verweerder de waarden van drie objecten verminderd. Daarbij heeft verweerder eiser een vergoeding voor de in bezwaar gemaakte proceskosten toegekend ten bedrage van € 352,50 bestaande uit 1 punt voor het bezwaarschrift en, zoals partijen onderling hebben afgesproken, 0,5 punt voor de (telefonische) hoorzitting.
3. Tussen partijen is in geschil of verweerder terecht de factor voor samenhangende zaken niet heeft toegepast hetgeen eiser bepleit en verweerder bestrijdt.
4. Naar het oordeel van de rechtbank is in het onderhavige geval, gelet op het arrest van de Hoge Raad van 12 april 2013 (nr. 12/02674, ECLI:NL:HR:2013:BZ6822), sprake van één bezwaar, nu het bezwaar tegen in één geschrift opgenomen WOZ-beschikkingen en aanslagen is gericht. De omstandigheid dat sprake is van 37 afzonderlijke objecten kan aan voormeld oordeel niet afdoen; bepalend is dat het bezwaar zich richt tegen op één aanslagbiljet vermelde besluiten.
5. Uit vorengenoemd arrest valt voorts op te maken dat de omstandigheid dat het bezwaar op meer dan één besluit betrekking heeft, een rol kan spelen bij het bepalen van de wegingsfactor voor het gewicht van de zaak (vgl. Gerechtshof Den Haag, 27 augustus 2013; ECLI:NL:GHDHA:2013:4609). De rechtbank ziet in dit geval echter geen aanleiding om de zaak als zwaarder dan gemiddeld te beschouwen, mede gezien het feit dat de bezwaren slechts zeer summier en algemeen gemotiveerd waren. De omstandigheden die eiser heeft aangevoerd, met name de vele werkzaamheden die niet in het bezwaarschrift tot uitdrukking komen, maar wel moesten worden verricht voor de beoordeling, maken dat niet anders.
6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder terecht de vergoeding voor de kosten van het bezwaar vastgesteld met inachtneming van een wegingsfactor 1, 1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 0,5 punt voor de hoorzitting.
7. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond verklaard.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.I. Batelaan-Boomsma, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.L. Scholte, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2014.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021,
2500 EA Den Haag.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.